Dat ene bezoek
Via de Schrijverscentrale kwam er een oproepje binnen voor hun nieuwe rubriek: Dat ene bezoek. Een schoolbezoek dat om de een of andere reden indruk heeft gemaakt op jou als auteur. Een mooie uitdaging om de afgelopen 5 jaar eens na te gaan… Dit stukje n.a.v. mijn jaarlijkse bezoeken aan Waalwijk schreef ik en werd geplaatst in de laatste nieuwsbrief:
Dat ene bezoek… dat een traantje doet wegpinken
Van alle schoolbezoeken die ik doe, zijn mijn Grijs-lessen het meest memorabel. Mijn Young Adult-novelle Grijs gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag, geschreven vanuit slachtoffer Chaja en grensoverschrijder Wes, en wordt steeds vaker klassikaal gelezen met een bezoek van mij als afsluiting. Daarin vertel ik over mijn eigen ervaring met seksueel geweld door een jongen van mijn middelbare school, toen ik in de derde klas zat.
Er gebeurt altijd van alles. Hoewel ik live aanwezig ben, gebeurt er ook veel op papier (het is en blijft een gevoelig thema). De persoonlijke en inlevende vragen die ze me stellen zitten vaak in een vragenpot en op de flashcards die ik uitdeel voor de schrijfopdracht (bedenk een vervolg op Grijs: hoe gaan de levens van Chaja en Wes verder?) krijg ik de bijzonderste boodschappen: bekentenissen van leerlingen die iets soortgelijks hebben meegemaakt, of specifiek over hun bevriezingsreactie waar ze zich na mijn verhaal iets minder slecht over voelen.
Wat me altijd het meest opvalt, is de reactie van jongens. Je hoort veel negatiefs over jongens en de manosfeer, maar dat is totaal niet het beeld in de klassen waar ik kom. Daar zeggen ze: ‘Ja duh, natuurlijk vraag je consent.’ Of: ‘O, ik ben zó benieuwd hoe het met Chaja afloopt!’ (Terwijl ik juist speciaal voor jongens het perspectief van Wes schreef.)
Wie ik nooit zal vergeten, is een jongen uit Waalwijk, klas drie mavo. Hij stelde de ene na de andere vraag (hardop), zat letterlijk op het puntje van zijn stoel en schreef die hele flashcard vol met lieve dingen. Dat het echt totáál niet Chaja’s schuld was! Dat hij hoopte dat zij een héél mooi leven zou krijgen! Er zat zoveel vuur in zijn woorden. Hij bedankte me meerdere keren voor de les, voordat hij als laatste vertrok. De docenten die erbij waren, keken mij vol ongeloof aan. Blijkbaar deed deze jongen nooit mee en nergens zijn best voor; hij zou dat schooljaar blijven zitten.
Ik huil nooit tijdens of na deze bezoeken, maar toen moest ik wel even een traantje wegpinken op de parkeerplaats. Ik gun hem ook een mooi leven, dacht ik.
Je leest het artikel ook hier: op de website van de Schrijverscentrale



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!