Dit jaar vier ik mijn 10-jarig jubileum als schrijver/ondernemer (hoera!) en ik beloofde een maand geleden al mijn mooiste & stomste ondernemersmomenten met jullie te delen. Toen kwam corona en dacht ik: ja, dit slaat nu nergens op… Maar dit hele leven slaat niet echt ergens op en ik heb ook weinig anders te delen, dus ik ga het tóch doen. Hier komt een moment waar ik heel trots op ben – en dat terwijl de uitkomst niet zo succesvol was als ik had gedroomd.

Vanaf de brugklas keek ik GTST en ontstond mijn Droom der Dromen: scenarioschrijver worden. Nog concreter: op een dag zou Ludo Sanders míjn briljantste dialoogzin uitspreken. Ik bedacht al snel dat ik ooit zou gaan solliciteren door in de zomerstop verder te schrijven na de cliffhanger.

Toen ik in maart 2010 voor mezelf begon, wist ik meteen: deze zomer ga ik dat eindelijk doen. En dat deed ik. Ik maakte twee aparte schaduwscripts:

1. Ik schreef verder waar de cliffhanger eindigde en dat ging toen over Sjors die bevalt van Lana, maar wie is de vader: Danny of Bing? (In mijn verhaal was Danny de vader, kreeg Sjors een postnatale depressie, mishandelde ze haar kind en kreeg die goede oude Bing de schuld).

2. Ik bedacht een eigen verhaallijn, uiteraard maatschappelijk relevant en actueel, want dat is wat ik het liefste doe: ik introduceerde een Marokkaans gezin en zoon Youssef kreeg een relatie met Nina Sanders, na een 1e ontmoeting in de sauna van hotel de Rozenboom. En o, wat schreef ik een hoop dialogen waarvan ik smulde, want Ludo Sanders stond natuurlijk niet achter die relatie.

(Kort daarna kwamen er twee Turkse zussen in GTST, maar dat zal vast niet door mijn script komen ;-))

Eerlijk is eerlijk: ik werd niet meteen de dag erna opgebeld, juichend, met een vast contract. Ik moest er nog een keer of vijf achteraan bellen, tien keer zo vaak mailen, tot mijn dikke envelop bij de hoofdschrijvers op het bureau eindigde. Maar toen kwam DE mail: ‘we zien potentie’ en ‘willen je uitnodigen voor een gesprek’. Dat werd 13 (hmmm…) december 2010. Misselijk van de zenuwen en zes uur te vroeg op Amsterdam Bijlmer (want je weet maar nooit…) liep ik naar dat imponerende Endemol-gebouw. Ik weet niet eens zo gek veel meer van dat gesprek, maar wel dat de volgende test het schrijven van een spec script was binnen het ‘echte’ GTST-format. Dat moest ik ook binnen een week schrijven, want anders was het al op tv – meteen een oefening in het schrijven onder hoge druk.

Wachten, wachten, wachten…

En toen op dinsdag 25 januari 2011 een mail die begon met de weinig opbeurende woorden, die we allemaal (helaas) weleens horen: ‘Tot onze spijt…’ Samengevat: het ontbrak aan een echt dramatische opbouw en het was soms over the top en pathetisch.

De hele woensdag bleef ik in bed, voor de eerste en enige keer vanwege werk en dacht dat ik hier nooit meer overheen zou komen (hoezo pathetisch?).
En toen stapte ik donderdagochtend op de trein naar A’dam Zuid, naar de redactie van NU.nl waar ik als freelancer werkte, passeerde ik dat verrekte Endemol-gebouw en dacht ik: ik kom er nog wel.

En dat denk ik nu nog steeds.

Gelukkig heb ik twee schrijfdromen en kwam die andere, een gepubliceerd (YA-)boek, een halfjaar later wél uit! Hoe dat ging vertel ik volgende keer… wat een cliffhanger, hè?