Ingeborg Timmerman is ruim vijfentwintig jaar werkzaam binnen de seksuologie. In een interview met PsychoPraktijk vertelt zij over de ontwikkelingen en behandeling van uiteenlopende seksuele disfuncties en haar persoonlijke drijfveren. ‘Wat mij opvalt, is dat zoveel mensen genoegen nemen met een slecht seksleven.’

PsychoPraktijk, 2-2014
In deze rubriek vertelt iemand uit de GGZ of de academische wereld over zijn of haar ervaringen. Carlie van Tongeren is auteur en journaliste.


Waarom besloot je in 2011 het Seksuologisch Expertisecentrum Haarlem op te zetten?
‘Ik heb het altijd zonde gevonden dat de Rutgershuizen zijn wegbezuinigd. In plaats van die tempels voor seksuologische kennis kregen we de seksuoloog in het ziekenhuis en medici en therapeuten die zich specialiseerden. Daardoor raakte kennis veel meer verspreid onder goedwillende professionals. Ik ben van mening dat we alleen goede seksuologische hulp kunnen bieden door multidisciplinair te werken, omdat aan seksuele disfuncties biologische, psychische en sociale/relationele componenten zitten. Ik geloof in het bundelen van kennis en het inspireren van elkaar, zoals we in het Seksuologisch Expertisecentrum Haarlem doen.

Ik hoop dat in de toekomst een aantal Nederlandse expertisecentra wordt opgericht waar mensen met complexe seksuologische problematiek naartoe kunnen. In de praktijk werken naast mij een arts-psycholoog, die kijkt naar de lichamelijke klachten van seksuele disfuncties, een hulpverlener die van oorsprong filosoof is en zich bezighoudt met de behandeling van parafilia (seksuele gedragingen of fantasieën die als afwijkend worden beschouwd, red.) en een creatief therapeute die zich richt op het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking, ontwikkelingsstoornissen en relatieproblematiek.’

Welke problematieken zie jij in de praktijk voorbijkomen?
‘Ik ben gespecialiseerd in trauma, persoonlijkheidsproblematiek, genderidentiteitsvragen, vaginisme en ‘gewone’ seksuele disfuncties. Ik zie veel mensen die hun seksuele leven niet op gang hebben gekregen of die niet kunnen genieten van seksualiteit, omdat ze niet in contact staan met hun emoties. Bijvoorbeeld mensen die hebben geleerd sterk te rationaliseren of die angstig zijn voor hun gevoelens; mensen uit het type cluster C. Die behandel ik met schematherapie van Young, veelal in groepen. Die therapie is niet specifiek voor mensen met seksuele disfuncties, maar meer voor problemen die voortkomen uit hun persoonlijkheid. Traumagerelateerde problemen behandel ik met individuele EMDR. Binnen de seksuologie maken we altijd gebruik van stepped care: eerst kijk je naar de meest praktische oplossing voor het probleem. Als je merkt dat mensen daarmee niet vooruitkomen, kijk je verder.

Naast secundaire seksuele disfuncties behandel ik eenvoudige seksuologische problematiek. Pijn bij het vrijen en erectiestoornissen zijn veelvoorkomende klachten. Daarbij kijk je eerst of er een somatische factor meespeelt. Vaak betrek ik ook de partner bij de behandeling. Je grijpt in op iemands seksleven en dat gaat ook zijn of haar partner aan. De manier van vrijen is van invloed op het verergeren of in standhouden van de klacht.

De behandeling van vaginisme is sinds een jaar of zes sterk verbeterd, een doorbraak vind ik dat. Uit onderzoek van de Universiteit Leiden bleek dat we vaginisme niet moeten zien als seksuele disfunctie bij vrouwen, maar als enkelvoudige fobie. Door het zo te bekijken, is het in drie sessies te behandelen terwijl we daar voorheen jaren zoet mee waren. De behandeling doe ik samen met een bekkenfysiotherapeut of arts-seksuoloog. De veranderde instructies hebben een enorm effect op het doorbreken van die angst. Voorheen zeiden we: als het pijn doet, moet je stoppen. Nu laten we ze onder begeleiding hun eigen vinger en in een later stadium een dildo naar binnen brengen, waarbij ze het spanningsniveau leren verlagen en ervaren dat het eerste onaangename gevoel na twintig seconden wegebt. Dat is voor deze vrouwen een grote stap, die veel vertrouwen geeft. Natuurlijk zijn we er dan nog niet. Want je wilt dat de vrouw niet alleen pijnloos kan penetreren, maar dat ze ook opwinding ervaart. Anders heb je kans dat je dezelfde vrouw over een poosje terugziet met een klacht als pijn bij het vrijen.’

Is de Masters en Johnson therapie die veel psychologen vanuit hun opleiding kennen nog actueel?
‘De streeloefeningen die zij hebben ontwikkeld klinken misschien ouderwets, maar eerlijk gezegd kan ik me geen sekstherapie voorstellen zonder. Ik geef die oefeningen vaak mee om verschillende redenen. Ze geven mij belangrijke diagnostische informatie: Kunnen de partners er prioriteit aan geven? Kunnen ze elkaar verwennen? In hoeverre kunnen ze aangeraakt worden? Op basis van die informatie, die ik uitgebreid met ze bespreek, kan ik verdere instructies geven waardoor mensen leren loslaten en met aandacht geven, de basis voor een goede vrijpartij. Seks gaat mis op het moment dat het een klusje wordt: “Hij vindt dit lekker, dus nou, dat doe ik dan maar even”. Mensen die moeite hebben met seks gaan het vermijden en deze streeloefeningen brengen hen op gang. Ze worden ervaren als behapbare brokjes. De oefeningen kunnen ook helpen trauma’s uit het verleden los te koppelen van de aanraking door de partner in het hier en nu.’

Je werkt één dag per week in het Kennemer Gasthuis in Haarlem. Waarin verschilt het werken in een ziekenhuis?
‘Bij medisch gerelateerde problemen kun je vaker volstaan met een praktische oplossing. Het kan om een psychisch gezonde populatie gaan. Dat de psychische problematiek enorm kan verschillen, vind ik een van de leukste dingen van dit werkveld. Doordat ik altijd in een medische setting heb gewerkt en nooit in een GGZ-instelling, heb ik leren samenwerken met mensen die uitsluitend door een medische bril kijken. Daar leer je als psycholoog veel van, hoewel het me nog weleens kan frustreren dat je als seksuoloog tekortschiet met je medische kennis. In dit vakgebied is het noodzakelijk om continu de onderzoeksliteratuur bij te houden en in contact te blijven met medische professionals.

Of ik zelf onderzoekambities heb? Nee. Ik ben wel nieuwsgierig aangelegd en wil graag de nieuwste onderzoeksresultaten zien, maar onderzoek doen is een heel ander vak dan behandelaar zijn. Een nieuwe kwestie op de gynaecologieafdeling is de toenemende vraag van jonge meiden die hun schaamlippen willen verkleinen. Ik vind het ontzettend interessant om te ontdekken wat de psychologische achtergronden en mogelijke behandelingen kunnen zijn. Ik heb een aantal meiden in behandeling die nog niet geopereerd mogen worden, waarbij ik de kans heb om al het psychologisch mogelijke te doen.’

Is de lustpil voor vrouwen wat jou betreft een middel om naar uit te kijken?
‘Medicamenten als Viagra en Cialis kunnen ervoor zorgen dat mensen weer seksueel kunnen functioneren wanneer er lichamelijk iets aan de hand is wat niet hersteld kan worden. Dat is absoluut winst. Ik ben een voorstander van een pil voor vrouwen; ik heb het altijd een beetje oneerlijk gevonden dat voor mannen van alles werd uitgevonden en voor vrouwen niet. Zo’n lustpil kan de kwaliteit van leven verbeteren van vrouwen die vervroegd in de overgang komen door kankerbehandeling en voor het ervaren van lustgevoelens afhankelijk zijn van hun hormonen.

Door de introductie van erectiemiddelen zagen we twee dingen: medicalisering van seksuele klachten – wat niet per se negatief hoeft te zijn – en dat het normaler werd om te praten over seksuele problemen in de spreekkamer van de dokter. Vroeger hadden mannen die behandeld werden aan hun prostaat mazzel als ze bij een uroloog terechtkwamen die naar hun seksleven vroeg, nu moeten alle urologen ernaar vragen. Natuurlijk zijn medicamenten niet altijd de oplossing, omdat seksuele problemen ook psychologisch en relationeel van aard kunnen zijn. Daarin zullen wij als psychologen zeker onze inbrengsten behouden. Dat erover wordt gesproken, vind ik een groot goed. Ik wil niet zeggen dat het fantastisch gebeurt, maar het gebeurt en daarmee wordt seksualiteit meer onderdeel van behandeling.’

Hoe belangrijk is seks?
‘Het is een vitaal onderdeel van ons leven. Seksualiteit speelt altijd een rol. Ook als mensen besluiten om niet meer te vrijen, speelt het een rol. Op het moment dat seks slecht gaat, geeft het een naar gevoel. Andersom geldt dat als seks goed gaat, het ook een positief gevoel geeft. Het vervelende is dat dat negatieve gevoel langer blijft hangen en dat drukt een stempel op het intieme leven.

Ik luister altijd goed naar wat maakt dat mensen een goed seksleven hebben. Wat je ziet, is dat zij geen beperkt repertoire hebben. Als het een (even) niet kan, dan zoeken ze naar iets anders, door er samen over te praten en te experimenteren. Ze maken seks belangrijk genoeg om ervoor te zorgen dat het werkt. Dat vraagt inventiviteit, zonder dat je daarvoor gekke kunstwerkjes hoeft uit te halen. Zo zag ik laatst een vrouw van in de zeventig, die vijftig jaar samen is met haar man en altijd een goed seksleven heeft gehad. Na dertig jaar huwelijk kreeg haar man een auto-ongeluk en was penetreren niet meer mogelijk, wat ze allebei erg jammer vonden. Samen ontdekten ze orale seks en dat vonden ze zo’n prettige aanvulling op hun seksleven. Later kreeg zij last van lichen sclerosis waardoor zij geen aanraking van haar vagina meer kon verdragen. Uiteindelijk heeft deze vrouw een vibrator aangeschaft die heel globale druk op de vulva geeft, waardoor een indirectere stimulatie van de clitoris tot een hoogtepunt kan leiden. Daar is ze heel gelukkig mee en zo kunnen ze weer verder.

Mensen met een slecht seksleven hebben vaak een beperkt repertoire en durven niet te experimenteren. Ze kunnen niet aangeven wat ze prettig vinden en gaan door op het weggetje waarin ze al vastgelopen zijn. Wat mij telkens weer opvalt, is dat zoveel mensen genoegen nemen met een slecht seksleven. Dat vind ik wonderlijk en jammer. Er is een kleine groep die actief op zoek gaat naar verbetermogelijkheden, maar dat is het topje van de ijsberg. Ik zou er graag voor willen zorgen dat meer mensen een beroep op ons doen.’

Welke tip heb je voor behandelaren die niet gespecialiseerd zijn in de seksuologie?
‘Als cliënten niet praten over seksualiteit, betekent dat niet automatisch dat ze geen problemen hebben. Het is een misvatting om te denken dat mensen actief hun seksuele problemen naar voren brengen. Niet alleen omdat mensen het lastig bespreekbaar vinden, maar ook omdat ze er weinig aandacht voor hebben wanneer hun hele leven een soepzootje is. Met het oog op de grote lijdensdruk en het gegeven dat er bij elke diagnose seksuele problemen kunnen voorkomen, zou je altijd moeten vragen naar iemands seksueel functioneren. Neem iemand met smetvrees die haar partner niet durft af te trekken. Het is handig om dat bij de intake te betrekken; dan behandel je niet zozeer seksuele disfuncties, als wel de oorspronkelijke klacht die doorwerkt op seksueel gebied. In iedere setting bestaat er een drempel om seksualiteit bespreekbaar te maken. Op het moment dat het een vast onderdeel is van behandeling, wordt die drempel lager. Ik vind het opvallend dat seksualiteit nu weer geschrapt wordt als vast onderdeel, zelfs in relatietherapie. Dat zou mijn tip zijn: maak het een vast onderdeel van je behandeling.’

Waarom koos je voor de seksuologie?
‘Tijdens mijn studie raakte ik geïnteresseerd in het vak gezondheidspsychologie en met name in de vraag in hoeverre ziekte psychologisch functioneren kan beïnvloeden en andersom, hoe verschillende copingstijlen de ervaring van ziekte kunnen beïnvloeden. Vanuit die interesse kwam ik op de gynaecologieafdeling van het AMC, waar ik kennismaakte met seksuologie. Het is een intrigerend, multidisciplinair werkveld waarin veel te ontdekken valt. De problematiek kan weliswaar ernstig zijn, maar op het moment dat je het oplost is het heel zichtbaar. Vergelijk het verhelpen van een erectiestoornis met een depressie, die laatste lost veel meer geleidelijk op. Ik ben resultaatgericht en daar sluit dat mooi op aan. Daarbij vind ik seksualiteit een belangrijk onderdeel van het leven. Ik voel me er gemakkelijk bij om daarover te praten, zodat mensen het weer een mooi onderdeel van hun leven kunnen maken. Hoe de mate waarin je persoonlijkheid in balans is zich verhoudt tot de mate waarin je kunt genieten van seksualiteit, blijft me intrigeren.’

Je hebt onlangs partnersearch Helder Matchmakers opgericht. Hoe kwam je op dat idee?
‘Niet alleen seksualiteit, maar ook de liefde heeft mijn belangstelling. Er speelde bij mij altijd al de gedachte hoe je seksualiteit meer zou kunnen integreren op datingsites. Ik hoor vaak dat mensen op datingsites teleurgesteld zijn op seksueel gebied, omdat een potentiële partner geen interesse blijkt te hebben in seks of juist alleen maar op seks uit is. Toen een vriend van mij vertelde dat hij zijn partner had gevonden via een exclusief partnersearchbureau waar mensen worden gescreend en geïnterviewd, dacht ik: ja, zo kan ik mijn seksuologische en psychologische kennis inzetten en gebruiken. Vanuit dat idee heb ik samen met mijn partner, die afkomstig is uit het zakenleven, Helder Matchmakers bedacht. Wij hebben elkaar ook pas op latere leeftijd ontmoet. Los van onze verschillende achtergrond kijken wij ook als man en vrouw anders naar partnerkeuze.
Daarnaast ben ik bezig Helder Coaching op te richten. Die coaching wil ik samen met zelfstandige collega’s inzetten op professionals die vastlopen in het leven en daarbij hulp willen zonder naar een psycholoog te gaan en een diagnose te krijgen, maar wel met wetenschappelijke kennis.’

Hebben de bezuinigingen daarmee te maken?
‘Ik sla inderdaad bewust een zijweggetje in bij de rotonde. Als ik volledig blijf werken binnen de verzekerde zorg zal ik gefrustreerd raken. Ik word er niet gelukkig van om als een soort boekhouder mijn werk te doen, zoals dat meer en meer van ons gevraagd wordt. Ik zou graag zien dat de vraag beantwoord wordt of het niet de invoering van TBC’s en bijbehorende controlemechanismen zijn geweest die de zorg zo duur hebben gemaakt. Dat seksuele disfuncties sinds januari niet meer worden vergoed vanuit de basisverzekering is een laatste genadeslag. Ik vind dat er iets weggesaneerd wordt zonder duidelijke visie. Het CVZ bepaalt dat huisartsen seksuele disfuncties moeten behandelen, maar als het zo eenvoudig was hadden ze dat allang gedaan. In Nederland waren we goed in het behandelen van seksuele disfuncties en op onderzoeksgebied stonden we internationaal gezien redelijk vooraan. Ik ben ervan geschrokken hoe die positie nu onderuit wordt geholpen.’

Heb je naast Helder andere ambities voor de toekomst?
‘Niet zozeer een ambitie, meer een grote wens: ik hoop dat psychologie een vak wordt op de middelbare school. De psychologie heeft zich de afgelopen decennia enorm ontwikkeld en wetenschappelijke body gekregen. Als we ervoor willen zorgen dat die psychologische kennis geïntegreerd wordt in onze maatschappij, is het van belang dat we die al op jonge leeftijd aanbieden. Dat kan meer theoretisch op het vwo en praktisch op het vmbo. Alles wat we meegeven aan de jeugd is mooi meegenomen voor de ontwikkeling van hun geestelijke gezondheid en kwaliteit van leven. Het is mijn missie om dat ooit nog eens voor elkaar te krijgen.’

 

Wie is Ingeborg Timmerman?
Ingeborg Timmerman (1965) voltooide de opleiding klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam in 1989. Ze begon haar loopbaan als psycholoog/seksuoloog in diverse ziekenhuizen (1990-2000), waaronder het VU Medisch Centrum in Amsterdam, en behaalde de registraties voor GZ-psycholoog, psychotherapeut en klinisch psycholoog. Sinds 2000 werkt zij als zelfstandig therapeut. Timmerman is oprichter van het Seksuologisch Expertise Centrum te Haarlem (2011) en is gespecialiseerd in de behandeling van seksuele disfuncties, vaginisme, genderidenteitsvragen en seksuele problemen als gevolg van ziekte en behandeling. Daarnaast is ze één dag per week als seksuoloog verbonden aan de gynaecologieafdeling van het Kennemer Gasthuis in Haarlem en als docent seksuologie aan het Rino Noord-Holland.