‘Neil: jij was zo klein als een rijstkorrel toen ik het boekcontract tekende en groeide samen met dit verhaal tot ik niet meer achter mijn bureau paste. Je gaf me een onverbiddelijke deadline.’

Dat schreef ik in mijn dankwoord in Het meisjesmanifest voor mijn zoontje, dat tijdens het grootste deel van het schrijfproces nog in mijn buik zat (en van wie ik toen nog niet wist of hij Neil of Lizzy zou worden). En morgen wordt hij alweer 2! 🥳🥳

Dit was trouwens het allereerste dankwoord dat ik schreef. Terwijl het niet mijn eerste boek was, maar mijn zesde. Ik had de beetje vreemde gedachte in mijn hoofd, dat je alleen een dankwoord schreef als je al heel bekend was. Bovendien vond ik dankwoorden soms zo saaaaaaai, als het puur een drie pagina’s tellende opsomming van namen is…

In Het zusje van schreef ik geen dankwoord, omdat het een shortie was en ik al te veel extra bladzijden had gebruikt, maar in mijn huidige YA-boek voor Blossom Books ga ik zeker weten weer een dankwoord schrijven! (Maar dan niet zo’n saaie opsomming, natuurlijk.) Ik vind het nu zó leuk om te doen, als afsluiting voor mezelf en om de mensen die me geholpen hebben in het zonnetje te zetten. Ook lees ik zelf nu altijd de dankwoorden van andere auteurs, om meer te weten te komen over hun schrijfproces.

Nu eerst nog de laatste hoofdstukken schrijven voordat ik aan het dankwoord mag beginnen, deadline is eind mei, spannend!