Mijn eerste boek is verschenen, over het land van pasta en dolce vita nog wel, jeeeej! Zelf blij en trots natuurlijk, en ook de mensen om mij heen. Iedereen wil er alles over horen. Nou, of eigenlijk wil iedereen maar een ding horen…

Stiefmoeder: “Zeg, Massimo, hè? Was dat die ene jongen waar je zo mee lag te knuffelen bij het zwembad?”
Ik (blosjes op de wangen – shit, hebben ze dat gezien?): “Eh nee. Dat was Stefano.”
Vader: “Was hij dan die jongen waar je stiekem mee zat te roken?”
Ik (mompel, nog rodere wangen – help!): “Oh. Nee, dat was een jaar later. Met Alessandro.”
Stiefmoeder: “Ik weet het! Massimo was van die gedichtjes…”

Zomer 1999, het Gardameer in Italië. Ik smoorverliefd op Massimo – gelukkig geheel wederzijds. Als we niet bij elkaar waren, stuurde Massimo mini-gedichtjes per sms. Vooral het laatste, hartverscheurende beeld van de vakantie staat in mijn geheugen gegrift: onze huurauto die koers zet richting het vliegveld, de hele familie omgekeerd in de auto, en Massimo die achterblijft met een droevig gezicht en zwaait met een slap handje tot we de hoek omrijden.

Ik (zucht): “Ja, maar dit is een andere Massimo. Het is maar een naam, hoor.”

Hoe vaak ik het ook zeg, het maakt geen indruk. Sterker nog: hoe vaker ik het zeg, hoe minder indruk het lijkt te maken. Misschien moet ik er maar gewoon mee ophouden en de gênante herinneringen aan mijn onstuimige tienervakantieliefdes voor lief nemen. Voordat mijn eerste chicklit Pasta & passie uitkwam, wist ik niet wat ik spannender vond: de recensies en reacties van lezers die ik niet ken of het commentaar uit mijn eigen omgeving. Ik bedoel: het is toch een beetje een raar idee dat mijn vader en mijn oma met die roze chicklit op de bank zitten en zich afvragen wat waar is en wat niet…

Via della Lungara
Toegegeven: het is ook geen wonder. Want ik ben al verliefd op Italië sinds ik er op mijn vijftiende voor het eerst naartoe ging op vakantie. En ik ben inderdaad gevallen voor de charmes van Massimo, Stefano (onbeantwoord), Alessandro en Mirko (hier weet mijn familie gelukkig niets van, want dat was op uitwisseling met school). Na mijn studie, vier jaar geleden, ging ik net als hoofdpersoon Eva doen wat ik al jaren wilde doen: een taalcursus volgen in Rome. Ik woonde daar net als Eva een maand aan de Via della Lungara nummer tien, in een kamer met een vliering en de lelijkste kunstwerken ooit gemaakt, gelegen aan een rustgevend binnenplaatsje midden in die drukke metropool. Ik liep ook elke ochtend de brug over naar Scuola Leonardo da Vinci en na schooltijd at ik een broodje in Bar Amore. Samen met een vriendin die ik daar heb ontmoet, ging ik al die beroemde bezienswaardigheden en winkels af die ook in Pasta & passie voorbij komen.

Maar: ik heb natuurlijk ook een hele hoop van a tot z verzonnen. Geïnspireerd op dingen die ik hoor, lees of zie en op spontane ingevingen die geen-idee-waarvandaan komen. Zulke impulsieve vriendinnen als Mira heb ik niet en scènes met vriendinnen schop ik niet meer in het openbaar sinds ik de puberteit heb overleefd. Onbetrouwbare Don Giovanni’s en stalkers ken ik gelukkig niet uit mijn echte leven. En Massimo? Ja, toegegeven, dat is de naam van de vakantieliefde die de meeste indruk heeft achtergelaten 🙂

Voor mijn volgende chicklit, die voor aankomende zomer op de planning staat, heb ik ter zelfbescherming een hoofdpersoon gekozen die níet op mij lijkt. Helemaal, totaal, compleet, in de verste verte niet! En wat Pasta & passie betreft, ben ik heel benieuwd of Eva en alle dingen die zij meemaakt voor lezers die mij niet persoonlijk kennen óók herkenbaar zijn. Ik hoop het wel!

Stiefmoeder: “Goh, die Massimo… Ik zal hem nooit vergeten.”
Ik: (glimlach – ik geef het op): “Nee, ik ook niet.”